Geur algemeen

  • een geuraudit?

    Een geuraudit is de 'light' versie van een geurbeheersplan. Eigenlijk wordt een bedrijfsdoorlichting uitgevoerd met een analyse van de activiteiten, producten en diensten met de nadruk op geuremissies. In de audit wordt aandacht besteed aan milieutechnische, organisatorische, milieu hygiënische én (vooral) managementaspecten. De uitvoering van een geuraudit zou moeten leiden tot een bedrijfsinterne code van goede praktijk, met aanbevelingen en tips op managementvlak.

  • een geurbeheersplan?

    Inhoudelijk bestaat een geurbeheersplan meestal uit een omgevingsstudie, waarbij de impact van de bron op haar omgeving wordt ingeschat (vb. aan de hand van snuffelmetingen) en een saneringsonderzoek, waarbij het belang van de verschillende geuremissiepunten in het proces wordt bepaald (vb. met behulp van olfactometrie), waarbij voorstellen worden geformuleerd van een technische aanpak om de emissie te reduceren en waarbij tenslotte ook termijnen worden voorgesteld waarbinnen de sanering dient uitgevoerd.

    Een geurbeheersplan is ruimer opgevat en bevat o.m.:

    • Een inventarisatie van (potentiële) geleide en fugitieve geurbronnen binnen de inrichting, met een inschatting van de bijdrage van elke deelbron in de totale geuremissie en de karakteristieken (type geurcomponenten) van elke geurbron, inclusief mogelijke invloed van eventuele seizoensactiviteiten, schoonmaak- of onderhoudsoperaties;
    • Impactberekeningen met contourberekeningen en informatie over receptoren;
    • Een doelvoorschrift, uitgedrukt als een geurconcentratienorm, afgeleid volgens de vastgestelde methodiek;
    • Een beschrijving van BBT maatregelen die moeten toelaten te voldoen aan het doelvoorschrift;
    • Een stappenplan waarin duidelijke termijnen aangegeven worden waarbinnen naar de basisbeschermingsniveaus zal worden toegewerkt;
    • Een werkwijze voor effectiviteitscontrole
  • Code van Goede Praktijk

    Het Vlaams geurbeleid maakt gebruik van snuffelploegmetingen als één van de basistechnieken om geuremissies en -immissies te kwantificeren. Deze code van goede praktijk beschrijft de werkwijze voor de uitvoering van snuffelploegmetingen, de berekening van de geuremissie en de berekening van de geurimmissie.

  • een snuffelmeting?

    Een snuffelmeting is gebaseerd op het optekenen van een geurpluim door objectieve en geoefende waarnemers. Bij het afbakenen van een geurpluim wordt er enkel rekening gehouden met de typische bedrijfsgeur en niet met geuren afkomstig van andere bronnen. Vooraleer een snuffelmeting uit te voeren, maken de waarnemers zich vertrouwd met de specifieke geur(en) van het bedrijf. De bron wordt windafwaarts benaderd waarbij de geurpluim op verschillende afstanden van de bron en zoveel mogelijk loodrecht op de windrichting doorkruist wordt. Op een topografische kaart wordt aangeduid waar geur wordt waargenomen. Zo wordt een beeld gekregen van de grootte van het verspreidingsgebied, alsook een waarde voor de maximale geurdrempelafstand.

  • geurdrempelafstand of maximale geurwaarnemingsafstand (mgwa)?

    De maximale afstand windafwaarts van de bron tot waar de geur onder één bepaalde meteorologische toestand wordt waargenomen.

  • een snuffeleenheid?

    Eén snuffeleenheid per kubieke meter (se/m3) komt per definitie overeen met de geurconcentratie in het veld waar de geur van de bron door een snuffelploeg nog net kan waargenomen worden, d.i. bv. ter hoogte van de maximale waarnemingsafstand.

    De uit een bron vrijkomende geuremissie wordt uitgedrukt in snuffeleenheden per tijdseenheid (se/s).

  • een odour unit?

    Eén Europese odour unit per kubieke meter (ouE/m3)is de concentratie geurstoffen die door een gemiddeld persoon nog net kan worden geroken. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt naar de herkomst van de geur ('type' geur).

    De uit een bron vrijkomende geuremissie wordt uitgedrukt in odour units per tijdseenheid (ouE/s).

  • emissie - immissie?

    Emissie is de uitstoot of lozing van de verontreinigingen, die door een bron worden uitgeworpen. Deze bron kan bijvoorbeeld een schoorsteen zijn.

    De manier waarop het verontreinigd stof zich dan verder in de atmosfeer zal verspreiden hangt af van de hoogte van de schoorsteen, de windrichting, de turbulenties, de temperatuur, de aard van de polluent, ... De geëmitteerde stoffen worden in de omgeving verdund, verspreid en getransporteerd.

    Ten slotte komen de stoffen terecht op leefhoogte (1,5 meter boven de grond), waar ze een zekere concentratie vertonen. De stoffen die terechtkomen op leefhoogte is de immissie.

  • geurconcentratie?

    Aantal se per m3 (bepaald via snuffelmetingen in het veld) of aantal ouE/m3 (bepaald via olfactometrie in het labo).

  • geuremissie (se/s of ou/s)?

    Product van de geurconcentratie (se/m³ of ouE/m³) en het emissiedebiet (m³/s).

  • geurimmissieconcentraties?

    De geuremissie uit een bron verspreidt zich en geeft uiteindelijk een bepaalde concentratie aan geur ter hoogte van omliggende woningen. Deze 'werkelijke' concentratie aan geur op leefhoogte wordt de geurimmissieconcentratie genoemd.

    Deze geurimmissieconcentratie wordt meestal bepaald via dispersiemodellering waarbij wordt uitgegaan van de geuremissie van een bron en de bronkarakterstieken (zoals, ligging, emissiedebiet, uitstoottemperatuur, ...)

    Geurimmissieconcentraties worden uitgedrukt als percentielwaarden (98-percentiel voor 1 se/m³) en zijn een maat voor de impact van een geurbron op zijn omgeving.

  • een percentielwaarde?

    Dit is het percentage van de tijd dat een bepaalde uitgemiddelde concentratie niet wordt overschreden. De fractie van meet- of rekenwaarden die een bepaalde vooropgestelde drempel onderschrijdt. Bij het bepalen van geurimpact wordt frequent gebruik gemaakt van het 98-percentiel voor 1 se/m³, dit geeft de zone aan waarbinnen gedurende 2 %van de tijd op jaarbasis een concentratie van 1 se/m³ of meer waarneembaar is.

  • olfactometrie?

    Bij olfactometrie wordt de geurconcentratie van een luchtmonster bepaald met behulp van een olfactometer. De geurconcentratie wordt gedefinieerd als het aantal verdunningen dat nodig is zodat de verdunde stanklucht nog door 50 % van een panel van geoefende en gekalibreerde waarnemers wordt onderscheiden van zuivere, geurvrije lucht.